H. Benedictuskerk

In de jaren vijftig was Rijswijk een groeigemeente. Ook het Katholieke bevolkingsdeel groeide flink.

Dit was de reden dat de bisschop van Rotterdam besloot de H. Bonifatiusparochie in Rijswijk op te splitsen.

Kapelaan W.A. Nicolaas van de Haagse Gerardus Majella kerk kreeg van Mgr. A. C. Schaaper op 25 juni 1956 de opdracht een nieuwe parochie te stichten en de bijbehorende kerk te bouwen in de wijk Te Werve. De wijk stond zelf voor een groot deel in de steigers en bevatte grote stukken braakliggend land. Aannemer Bontenbal bood aan dat, in afwachting van de noodkerk, gekerkt kon worden in de keet die op werkdagen gebruikt werd als kantine. Deze stond in de Generaal Vetterstraat op de plaats waar nu de school staat. Hierin konden 140 personen kerken.

Op de eerste zondag van de Advent, 2 december 1956, werd de eerste dienst gehouden. Op 7 april 1957 werd de parochie officieel opgericht. Een week later vonden de eerste plechtigheden plaats in de nieuwe noodkerk. Deze stond op de plaats waar later het parkeerterrein werd aangelegd.

Pastoor Nicolaas was een groot bewonderaar van de Heilige Benedictus van Nursia. Hij was het die de bisschop voorstelde de nieuwe kerk aan de Heilige Benedictus te wijden.

Het is dan ook niet vreemd dat hij bij architect en Benedictijner monnik Dom van der Laan om advies ging vragen.

Architectenbureau Jan de Jong uit Schayk kreeg uiteindelijk de opdracht. De jongere broer van Dom van der Laan werd aangewezen als supervisor.

De grond werd op 31 januari 1958 voor het symbolische bedrag van 1 gulden ter beschikking gesteld door de gemeente Rijswijk. Zij hadden wel één voorwaarde: er moest een toren bij de kerk worden gebouwd. De laagste inschrijver bleek van bouwbedrijf Gebroeders Jansen uit Venray te zijn. Zij mochten de kerk bouwen voor 832.500 gulden. De eerste steen werd gelegd op 13 juli 1958 door de Deken van Poeldijk H. Dijsselbloem. Dertien maanden later werd op Maria Hemelvaart (15 augustus 1959) de kerk geconsacreerd door de eerste Bisschop van Rotterdam Mgr. M.A. Jansen. De Benedictuskerk is in mei 2003 aan de eredienst onttrokken en in de zomer van 2004 gesloopt.

Bron: Historische Vereniging Rijswijk, Jaarboek 2000

 

Wie was Benedictus?

Feestdag: 11 juli. Benedictus werd geboren in het jaar 480 te Nursia in Umbrië, als tweelingbroer van de Heilige Scholasica. Zijn ouders stuurde hem na de schoolperiode voor zijn verdere studies naar Rome. De hoogbegaafde student maakte zijn studie echter niet af. Daar trok hij veel leerlingen aan, voornamelijk herders, die in ruil voor onderricht hem verzorgden.

Toen Benedictus gevraagd werd het klooster Vicovaro te leiden, probeerde kluizenaars hem te vergiftigen omdat hij het kloosterleven aldaar wilde ordenen. Teleurgesteld verliet hij na enige tijd Subiaco. Na verloop van tijd vestigde hij zich in 529 met een  paar volgelingen op de Montecassino, waar hij een klooster stichtte dat vermaard zou worden. Hier schreef hij zijn "regula Benedicti". Daarom kreeg hij de naam "vader van het avondland".

Reeds in het jaar 589 bestond er een benedictijnenklooster in Lateranen (Rome). Een van zijn monniken uit dat klooster werd in het jaar 590 paus Gregorius I de Grote. Hij stierf op 21 maart 547 (Witte Donderdag). Na zijn dood werd de abdij door de Longobarden vernield. Zijn gebeente werd op 11 juli 673 naar Saint Benoit sur Loire overgebracht. In 1947 werd hij door paus Pius XII uitgeroepen tot patroon van Europa.

Patroon van:     Europa, leraren, mijnwerkers, kopersmeden, speleologen, schoolkinderen, stervenden.
Patroon tegen:  koorts, ontstekingen, betoveringen, vergiftigingen, niersteen

Bron: www.heiligen.net 

 

H. Bernadettekerk

Wie was Bernadette?

Bernadette werd op 7 januari 1844 in Lourdes, niet ver van de grens met Spanje, geboren. Zij was steeds ziek en ze groeide op in bittere armoede in een oude molen. Reeds van kindsbeen af vertoonde Bernadette een bijzondere vroomheid.
Op 11 februari 1858, ze was pas veertien, was ze met andere meisjes hout aan het sprokkelen. Het astmatische meisje moest bij de snellere meisjes achterblijven toen plotseling een geruis opkwam. Bernadette schrok hevig en zag opeens, op enige meters van haar verwijderd, in de grot van Massabielle, de struiken hevig bewegen. Een vrouwengestalte van grote schoonheid in een lang wit kleed en in de handen een rozenkrans verscheen in een goudschijnende wolk. De "Dame", zoals Bernadette de vrouw steeds noemde, maakte zich bekend als Maria, de Onbevlekt Ontvangene. Maria verscheen aan haar tussen 11 februari en 16 juli achttien keer. Paus
Pius IX had reeds in het jaar 1854 het dogma afgekondigd dat Maria "de Onbevlekt Ontvangene" is. Bernadette kon dit echter nooit geweten hebben. In de maanden die zouden volgen werd het meisje door de inwoners bespot en belachelijk gemaakt en haar ouders begrepen hun dochter niet. Telkens weer werd zij door de prefect en de dorpspastoor ondervraagd.
Vaak kwam dit omdat Bernadette de Dame niet begreep.
Maria vraagt ook aan Bernadette bij de grot een kerk te bouwen en processies te houden naar die plaats terwijl men de rozenkrans bidt.  Bernadette leefde in deze periode onder moeilijke omstandigheden (ziekte en onbegrip).

Pas toen de eerste wonderen gebeurden zag de pastoor het bijzondere van deze gebeurtenis in. De bisschop van Tarbes stelt een onderzoek in naar het gebeurde en verklaart vier jaar later dat de verschijningen een bovennatuurlijk karakter dragen. Na de laatste verschijning op 16 juli, leefde Bernadette weer als een normaal meisje en probeerde weer een gewoon leven te leiden.

Door de stroom pelgrims die het dorpje kwamen bezoeken, besloot zij in Nevers in het klooster te gaan. Binnen de kloostermuren mocht zij echter met geen woord spreken over hetgeen in Lourdes gebeurd was.
"Wat doe je met een bezem als je hem niet meer nodig hebt?" vroeg zij aan een medezuster. Deze antwoordde haar: "dan zet je hem achter de deur! "Juist", zei Bernadette, "ik ben een bezem". Voor haar dienstwerk had Maria dit kleine meisje uitgekozen om gehoor te geven aan haar oproep. De mensen bleven naar Lourdes komen en zochten troost en bekering. De taak van Bernadette was vervuld. Op haar sterfbed, op 16 april 1879, bad zij: "heilige Maria, moeder van God, bidt voor mij arme zondares". Zij zag voordat zij stierf nog een keer die mooie Dame en sliep op 35 jarige leeftijd in. Paus Pius XI  (1922 - 1939)
heeft Bernadette op 8 december 1933 heilig verklaard.

Het graf van Bernadette Soubirous in Nevers

(Normandie, Frankrijk)                                    Bron: www.heiligen.net