Wie was Bonifatius?

( * Crediton ca 675 - Dokkum 5 juni 754). Feestdag 5 juni. Een van onze ´nationale´ heiligen.

Overigens hebben ze in Duitsland dezelfde claim op deze sint, die eigenlijk Winfried heet en tussen 672-675 wordt geboren te Crediton, graafschap Wessex in zuid-west Engeland. Na 685 wordt hij opgenomen in een klooster te Exeter. In Nursling wordt hij monnik en heeft zijn priesterwijding plaats. In 716 ging hij voor het eerst naar Friesland, maar koning Radboud geeft hem geen toestemming de Friezen tot het christendom te bekeren. Na een jaar keert hij teleurgesteld terug naar Engeland, waar hij in zijn klooster te Nursling tot abt wordt gekozen. Kort daarna, in 718, reist hij naar Rome, waar paus Gregorius 11 (715-731) hem opdracht geeft de bevolking van Beieren, Thüringen, Hessen en Friesland te bekeren. De paus geeft ook een nieuwe naam aan Winfried: Bonifatius (brenger van het goede). In 721 is Bonifatius een tijdlang bij Sint Willibrord, de heilige aartsbisschop van Utrecht. Het daarop volgende jaar wordt hij gewijd tot missiebisschop zonder vaste standplaats. In 732 wordt Bonifatius tot aartsbisschop van Mainz verheven. Bonifatius stichtte overal waar hij kwam bisdommen en kloosters, waaronder in 744 het klooster Fulda, waar hij het eerste concilie van de west-frankische kerk uitschrijft. In 752 zalft Bonifatius Pippijn tot koning der Franken. Volgens de overlevering werd hij op 5 juni 754 tijdens een missietocht tegen de Friezen, samen een peleton van 52 gezellen te Murmerwoude vermoord, volgens de overlevering duidt een bron de plek waar Bonifatius en zijn commando's werden vermoord. In zijn laatste ogenblikken zou Bonifatius de Ragyndrudis-codex boven zijn hoofd hebben gehouden om de slagen af te weren. Zijn lichaam wordt samen met de gehavende codex via Utrecht naar Fulda overgebracht. Daar rust deze martelaar in een prachtige schrijn. Onderzoekers van de oudste historische bronnen zijn het er niet over eens of de genoemde plaatsaanduiding waar Bonifatius de genadeslag opliep bij Dokkum, of in het Belgische Scheldedal lag. Dokkum had in elk geval wel een Bonifatiusbron en wordt in de vroege middeleeuwen een bekende bedevaartsplaats. Volgens de overlevering zou de H. Liudger (742-809), Fries van geboorte en later de eerste bisschop van Munster in Westfalen, de eerste parochiepriester van Dokkum geweest zijn na de marteldood van Bonifatius. Vanuit Dokkum vertrekt Liudger in opdracht van keizer Karel naar Westfalen en later naar het oosten in de buurt van Helmstadt. In Liudger's tijd werd er begonnen met de bouw van een klein houten Bonifatiuskerkje aan de Bargemerk. Er vestigde zich een groepje monniken die naast de kerk een klooster en een school bouwden en zo Dokkum tot een geestelijk middelpunt in de omgeving maakten. Ze leefden volgens de regel van de H. Augustinus en legden rond het jaar 1000 de kloostergeloften af. Behalve school en klooster ontstonden er ook een tehuis voor vreemdelingen, een ziekenhuis en een weeshuis. Tot aan het begin van de 16e eeuw bestaat er in Dokkum een heiligdomsvaart, zoals tot op heden gehouden wordt in Maastricht en Aken. Na de reformatie werden de rooms katholieken van hun gebouwen, kerken en kloosters beroofd. Tussen 1671 tot 1874 werden ze gedwongen hun eredienst in een woning aan de Hoogstraat te houden. In 1878 verleent paus Pius IX een aflaat op Dokkum. De van oorsprong Friese pater Carmeliet Sint Titus Brandsma is de grote initiatiefnemer voor de herleving van bedevaarten naar de Bonifatiusbron. Titus Brandsma nam in 1924 deel aan de eerste bedevaart van Friese priesters naar de Bonifatiusbron. Een jaar later werd de St. Bonifatiusstichting opgericht voor de bouw van een Bonifatiuskapel in de nabijheid van heilige bron. Over het ontstaan van de Bonifatiusbron zijn verschillende verhalen in omloop. In de Latijnse levensbeschrijving van Willibald wordt vertelt dat deze zoet waterbron werd ontdekt tijdens het opwerpen van de terp kort na de moord. De prefect Abba, die namens de Frankische koning Pippijn deze werkzaamheden leidde, reed met zijn gevolg om de heuvel heen. Het paard van een van hen zakte plotseling in de weke bodem weg; toen het met vereende krachten eruit getrokken was, welde zoet water op. Een andere legende luidt dat Bonifatius op zoek is naar zoet water. Deze truck werd enige eeuwen eerder ook al toegepast door Sint Servaas in het Maastrichtse Biesland: Ook Bonifatius tikte met zijn bisschopsstaf op de grond en onder het aanzwellen van hemelse klanken welde de bron op. Van oudsher werd aan deze bron geneeskrachtige werking toegeschreven, maar ze was eeuwenlang van groot belang voor de watervoorziening van Dokkum; waar ook de bierbrouwerijen gebruik van maakten.
Sinds 1956 is de Bonifatiusbron het officiële bedevaartsoord van het bisdom Groningen.
Naast de bron onthulde Princes Beatrix van Oranje-Nassau op 5 juni 1962 een 2,50 meter hoog beeld van de martelaar met het opschrift: HIC BONIFATIO LUMEN VITAE EXTORTUM DCCLIV HIC FRISIAE EVANGELII LUMEN EXORTUM, ofwel: Hier werd Bonifatius in 754 het levenslicht ontnomen. Hier ging voor Friesland het licht van het Evangelie aan.
Op de sokkel worden de geboorteplaats Crediton en Fulda, de laatste rustplaats van Bonifatius vermeld.
In 1990 kwam de Bonifatiusbron in de publiciteit nadat een kind, gedompeld in het water van de bron, op niet verklaarbare wijze plotseling werd genezen van kinkhoest. Opnieuw stroomden de pelgrims toe. Het probleem dat de bron net buiten het kerkelijk terrein ligt werd voortvarend aangepakt. De inwijding van een buizensysteem dat het bronwater binnen de omheining van het Bonifatiuspark brengt, had in 1993 plaats. Gelijktijdig werd een tap ingezegend voor pelgrims die het mirakuleuze bronwater willen tanken.
De volle aflaat op Dokkum geldt voor alle rooms-katholieke pelgrims die na de biecht en de communie op 5 juni of een andere dag in deze maand in de kerk van Dokkum bidden voor het groeien van de kerk. Deze aflaat werd in 1878 verleend door Zijne Heiligheid paus Pius IX

Bron: on-line encyclopedie van Nederlandse Heiligen