ROOMS-KATHOLIEKE BEGRAAFPLAATS ST. BONIFATIUS

St. Bonifatius in Rijswijk bestaat ruim zeven eeuwen, eerst als statie en later als parochie, maar daarvan is in de 21ste eeuw in materiële zin weinig te merken. De dorpskerk, die oorspronkelijk aan de parochie toebehoorde, is sinds 1568 als protestants godshuis in gebruik. Daarna kerkten de katholieken achtereenvolgens in de huiskapel van Huis te Werve en een tot schuilkerk verbouwde boerderij daar tegenover. In het laatste kwart van de 18de eeuw vond het parochiebestuur het tijd worden voor een eigen kerkgebouw. Dat lukte niet meteen, maar het tweede verzoek vond welwillend gehoor bij de Staten van Holland en West-Friesland. Waarschijnlijk omdat de parochie zo slim was de nadruk te leggen op de wens om de rooms-katholieke armen te onderhouden, wat tot dusver ten laste kwam van de burgerlijke armenkas. Om dat goed te kunnen doen, hadden ze natuurlijk wel een eigen kerkgebouw en een eigen pastoor nodig. In 1784 was er een pastoor en een gebouw, en twee jaar later een armenkas. De kas kreeg geregeld aanvulling door legaten, bijvoorbeeld in 1818 van P.M. van der Kun, eigenaar van de buitenplaats Den Burch en een jaar eerder benoemd tot armmeester.

In de zomer van 1828 reageerde de gemeente Rijswijk positief op een voorstel van de kerkmeesters om een kerkhof te mogen aanleggen, op een afstand van ruim honderd el van de kerk. Het jaar daarop volgde de ingebruikname. De begraafplaats behield zijn omvang tot aan de uitbreiding van 1930. Tot de oudste objecten behoren de grafkapel van de familie Von Fisenne-van der Kun, waar anno 2005 32 personen zijn bijgezet.

Op deze dodenakker ligt ook een graf van de Stichting Kruisvaarders van St. Jan, een rooms-katholieke lekenorde die zich bezig hield met de opvang van dak- en thuislozen en het verzorgen van kinderen in internaten. Door een mislukte lancering vanaf de lanceerplaats in het Rijswijkse Bos had op 27 oktober 1944 een raketinslag plaats in het jongensinternaat aan de Van Vredenburchweg in Rijswijk. Zeven pupillen, vijf broeders en twee bezoekers kwamen om. De graven van de omgekomen jongens zijn inmiddels geruimd, het graf van de fraters ligt er nog.

Op 5 mei 1990 is een gedenksteen onthuld voor de overleden radiopioniers van Nederlands-Indië, die hier overigens niet begraven zijn. De in 1927 gebouwde kortegolfzender overbrugde als eerste ter wereld de afstand tussen Nederland en Nederlands-Indië. Na een periode van proefgesprekken vanuit de studio in Den Haag, ging de verbinding op 7 januari 1929 officieel in de lucht. Deze gebeurtenis leverde Willy Derby een hit op met zijn smartlap Hallo Bandoeng, een lied over een oude vrouw die voor het laatst telefoneert met haar zoon en kleinzoon. Het refrein luidt als volgt:

 

‘Hallo Bandoeng!’, ‘Ja moeder hier ben ik’

‘Dag liefste jongen’ zegt zij met een snik

‘Hallo,hallo, hoe gaat het ouevrouw?’

Dan zegt z’alleen: ‘Ik verlang zoo erg naar jou.’

 

Het gedenksteen is een weinig spectaculaire zwartgranieten zerk op roef. Kleuriger zijn de beschilderde keitjes in een grafruimte uit 1996. Tot de hedendaagse graftekens behoren exemplaren van glas en een staand monument van rood graniet waarin linksboven een kaarsje is uitgehouwen met een vlammetje. Op de avond van 2 november 2004 leek de begraafplaats op een deinende zee van echte lichtjes, toen op elk graf een kaarsje brandde. Dit was ter gelegenheid van Allerzielen, de dag waarop veel katholieken op de begraafplaatsen hun doden herdenken.

 

Uit: Rita Hulsman, “Funeraire cultuur regio Den Haag” (Rotterdam 2006, Uitgave van Vereniging de Terebinth), p. 46-48