Ingrid van der Aart neemt afscheid op zondag 2 september   

Foto: Wil Kouwer

Mijn leven speelt zich rond de kerk af

Binnenkort, op zondag 2 september, neemt Ingrid van der Aart afscheid als ons pastoraal werkster. Tijd voor een dankbare blik terug en een persoonlijke blik vooruit.  

Als jongste, negende kind werd Ingrid geboren in Leiden, en groeide op in Lisse. Het hele gezin was heel muzikaal: zo zongen de kinderen Bach fuga’s tijdens de afwas, werd er veel piano gespeeld en samen gezongen, later werd muziek het beroep van meerdere familieleden. De hele familie Van der Aart zong ook in het kerkkoor, zonder hen was haast geen viering mogelijk, want dan zou het koor gelijk 11 leden minder tellen. Wat minder idyllisch is de herinnering aan de lange rozenhoedjes, knielend gebeden op de ruwe kokosmat. Ingrid, de jongste, bofte met haar taak om de telefoon op te nemen als haar vader voor zijn werk werd gebeld. Want bidden of niet – de zaken moesten gewoon door gaan. Vader was commissionair in de bollenhandel, een heel stressvolle baan, die eigenlijk nooit ophield. Na gezondheidsklachten moest de vader het rustiger aan doen, daarom verhuisden de ouders naar Limburg. De 18-jarige Ingrid ging als het laatste nog enig inwonende kind mee.

Muziek, theologie, mystiek

In Limburg koos ze voor de opleiding tot bibliothecaresse, maar ging toch ook toelatingsexamen doen voor het conservatorium. Niemand, behalve Ingrid zelf, was verrast dat ze werd aangenomen. Ze wilde orgel studeren, “waarschijnlijk omdat het orgel in de kerk staat. Mijn leven speelde zich altijd rond de kerk af”. Al tijdens het studie aan het conservatorium, in het tweede jaar, begon ze ook nog met de avondopleiding theologie in Sittard. Eigenlijk wist ze niet wat ze wilde worden, nu kwamen haar belangrijkste interesses - muziek, geloof, mystiek - langzaam samen.

De dubbele, brede studie heeft haar veel verrijking gebracht. Met de medestudenten op de deeltijdopleiding in Sittard had ze boeiende gesprekken, ze hadden toch andere vragen dan de jongere studenten. Eigenwijs als ze was, koos Ingrid niet voor de catechese, maar voor de pastorale richting van de theologie. Dat betekende dat ze ook colleges aan de hogeschool in Heerlen moest volgen, stages moest lopen en scripties schrijven.  “Ik weet niet hoe ik dit voor elkaar heb gekregen!” Intussen is ze namelijk ook getrouwd en werd ze moeder: “Kinderen zijn leuk, maar ’s avonds wilde ik met mijn hersenen werken”. Net voor de geboorte van de vierde studeerde ze af in de theologie.

Tussendoor heeft ze korte tijd muziekles gegeven, 16 jaar lang heeft ze diverse kerkkoren geleid. Toen de jongste naar de basisschool ging solliciteerde ze naar de functie van pastoraal werkster. In Limburg kreeg ze geen zending om in de parochie te werken, ze vond een parttime aanstelling in een psychogeriatrisch verpleeghuis voor religieuzen. Voor hen was ze gewoon hun ‘pastor’, die alles op alles zette dat ze hun religieuze leven zo veel mogelijk verder konden leiden, in het ritme dat ze hun hele leven lang gewend waren. Zo kwamen er belevingsgerichte vieringen en de wekelijkse zangkoorrepetities. Hier leerde Ingrid de echte waarde van de rozenkrans bidden, de kracht van de herhaling die ruimte maakt voor God. De sfeer en de zorg in het verpleeghuis waren goed, het was er fijn werken.

Bonifatiusparochie

Na de beëindiging en nietigverklaring van haar huwelijk, moest Ingrid zelfstandig verder en op zoek naar een fulltime baan. Er was een vacature in de Bonifatiusparochie in Rijswijk: “Hm, waar ligt dat eigenlijk?”. Na de gesprekken met het parochiebestuur en met de pastoor, Lex van Deelen, duurde het nog enige tijd voordat ze benoemd werd. Juist in die tijd kwam het tot de politie-inval in de Antheunissstraat in Den Haag, waar een groep terreurverdachten werd opgepakt. Toen kreeg ze een telefoontje van Lex: ”Zet het journaal even aan, dat is in je parochie, welkom!”

Op 1 maart 2005 is ze begonnen in Rijswijk. Het begin was heel hectisch, ze moest verhuizen vanuit Maastricht en een onderkomen vinden voor zichzelf. Eerst kocht ze een huis in de Strijp, later is ze met haar huidige man verhuisd naar Delft, op fietsafstand van Rijswijk.   

In dienst van de parochie heeft ze heel wat afgefietst. In begin was het echt wennen: na het werken in een gesloten wereld van een verpleeghuis kwam ze terecht in de veelzijdige dynamiek van een parochie. Voor het eerst maakte ze deel uit van een pastoraal team, toen met Lex, Saskia en Jan Lamberts. Zij is zeer te spreken over de veelzijdige samenstelling van een pastoraal team: “… het is goed samenwerken, als je elkaars vaardigheden kunt aanvullen.” Van pastoor Van den Ende leerde Ingrid wat pastoraat is, dat deze ruimer is dan de kerk. Hij had een uitzonderlijk gevoel voor de gemeenschap en hij bracht nadrukkelijk ook de rol van de vrouwen in de kerk ter sprake. Tot aan zijn overlijden toe heeft ze veel contact met hem gehouden.

Persoonlijk pastoraat

In die tijd was ze aan het ontdekken wat haar sterke kanten zijn. Dat bleek het persoonlijk pastoraat te zijn: ontmoeting met mensen, gesprekken, vieringen: “Vieren vind ik belangrijk omdat ik dan midden in de levende gemeenschap van de kerk sta”.

Heel vaak stond haar naam in het parochieblad onder de uitnodigingen voor de activiteiten die ze, al dan niet samen met anderen, op poten heeft gezet. De ontspanningsmiddagen voor de ouderen bijvoorbeeld, de geloven-nu groepen, film middagen en het Ignatiaans bidden in de Advent- en Veertigdagentijd. Of adventskransen en paaskaarsen maken, samen met collega Saskia. Ook dat hoort bij pastorale werk in de parochie.

Terugblikkend stelt ze de ruimte die ze van Lex kreeg bij de invulling van haar taak, zeer op prijs.

En het werken in een groter team in federatief verband heeft het werken alleen maar prettiger gemaakt.

Of ze zelf priester zou worden als het kon? Persoonlijk niet, daartoe voelt zij zich niet geroepen. “Al ben ik wel voor de priesterwijding van vrouwen, ik vind het een gemis voor de Kerk dat zoveel geloof en toewijding van vrouwen niet op die wijze wordt ingezet. En aangezien de Bijbel al vrouwelijke diakens kent, zou de wijding van vrouwen in dat ambt een mooi begin zijn”.

Haar bewondering geldt ook de vrijwilligers die veel werk verzetten en zelf met initiatieven komen om hun geloof samen te vieren. Ze noemt de gebedskring op dinsdagochtend in de B&B-kerk, die de gelovigen zelf hebben opgezet en ook zelf levend houden.

Haar grondwoord? Trouw!

In die 13,5 jaar van haar dienst in de Bonifatiusparochie heeft ze de nodige ontwikkelingen doorgemaakt. Ook door het verlies van een aantal mensen die haar zeer dierbaar waren. Waarschijnlijk weet ze hierdoor goed contact te leggen met de rouwenden.

Als ze in gesprek komt met mensen die terug kijken op hun leven, vraagt ze wel eens naar hun ‘grondwoord”. Welke waarde of overtuiging heeft uw leven richting gegeven en wilt u doorgeven?  Dat blijkt de deur te openen voor het gesprek over de zaken die er echt toe doen en belangrijk zijn voor de naaste kring.

Wat is het grondwoord van Ingrid? Trouw! Dit komt voort uit ervaringen in haar leven. Ervaringen van ontrouw, maar gelukkig ook trouw, van God en van mensen. “Trouw behelst alle beloftes van nabijheid…. God is mij trouw, ook als ik bij tijd en wijle afdwaal. Ik wil Hem/Haar mijn trouw terugschenken, in gebed, door regelmatig “dank U wel” te zeggen, en door op mijn beurt trouw te zijn naar Zijn mensen.”

Tijd voor andere dingen

Klinkt als een cliché, maar het is niet anders: na haar pensionering zal Ingrid tijd hebben voor de dingen die ze tot nu toe niet of zelden kon doen. Met haar man gaat ze verhuizen naar een huisje met een mooi uitzicht op het groen. Stilte is steeds belangrijker geworden, ze hoopt die daar te vinden en te beleven. Ze is oblaat van de abdij van Egmond, ze heeft beloofd om te leven volgens de Regel van Benedictus, die haar met zijn Godgerichte én menselijke toon erg aanspreekt.

Hierbij hoort de waardevolle herinnering aan de pelgrimstocht naar de Schotse eiland Iona. Na de dood van haar jongste dochter had ze haar sabbatical gewijd aan de fietstocht naar die bijzondere plek, samen met haar man. De emotioneel en fysiek zware pelgrimsreis vond zijn hoogtepunt in de indrukwekkende blik vanuit Mull op de eeuwenoude muren van deze beroemde abdij aan de overkant van de zee. Hier, “waar hemel en aarde elkaar raken”, hebben ze een week de rijkdom van het samenzijn in de oecumenische gemeenschap van Iona ervaren.

Dat wil ze nu: “een goede modus vinden om mijn geloof te leven”. Maar ook: “Pianoles nemen, zingen, fietsen, mensen ontmoeten, mijn weg zoeken daar… Ik heb het gevoel dat ik een nieuwe beginstand moet vinden, misschien ga ik eerst eens een hele dag naar een grassprietje kijken!”. Ingrid kennende gaat ze dat alles doen met net zo veel bevlogenheid als ze bij ons heeft gediend.

 

 

 

 

 

 

 

 

HOME